Ongkiehong

De familie Ongkiehong

Ong Kie Hong (1861-1914) was een succesvol handelaar op Ambon. Zijn bedrijven Ong Kie Hong & Co met Bazaar Amboina en de drukkerij die vanaf 1894 de krant Penghentar uitgaf waren beroemd. Waarschijnlijk nam hij omstreeks 1885 een slecht lopende zaak over van een Europeaan en maakte daar een bloeiende zaak van. Dat is waarschijnlijk L.M.H. Thörig geweest die vroeger ook de drukkerij en boekhandel had. In 1894 werd Ong Kie Hong gelijkgesteld met Europeanen. De zware aardbeving op Ambon in 1898 maakte veel gebouwen met de grond gelijk maar Ong Kie Hong en zijn zwager Njio Kik Tjien (de broer van zijn vrouw Njio Kiok Nio) wisten enkele jaren later een groot familiehuis te bouwen. Dat lag achter Bazaar Amboina tussen beide Chinezen straten. Voor Bazaar Amboina stond de politiepost.

« 1 van 2 »

Bijzonder van Ong Kie Hong en zijn zwager Njio Kik Tjien was hun visie op geld en kennis. Beide waren zakelijk gezien succesvol geweest maar hadden ook zware financiële tegenslagen meegemaakt. Niet alleen door de aardbeving van 1898 maar ook met mislukte zakelijke transacties waaronder hout leveranties aan het gouvernement. Dat had invloed op hun visie op kennis, geld en goederen. Kennis kan niet worden afgepakt en daarom stuurde Ong Kie Hong tien kinderen voor studie naar Nederland (Simon, Liong, Leo, Bas, Piet, Sien, Anna, Do, Erna, Lo). Zijn oudste zoon Djien is op eigen initiatief naar Nederland gegaan voor studie.

Njio Kik Tjien (ca. 1865-1926 ) stuurde zijn kinderen An, Sander, Louis, Charles, Anna, Trees, Corry en Jet naar Nederland en Njio Poan Soei (1864-1942) die een ijzerhandel op Ambon had stuurde zijn zonen King en Seng naar Nederland. De meesten zouden bij het echtpaar von Bülow in Den Haag in de kost gaan.

In diverse boeken en kranten en op internet (o.a. via www.delpher.nl) is nog heel wat te vinden over Ong Kie Hong die als historische figuur van Ambon kan worden beschouwd. Een mooie en beknopte omschrijving van hem staat op  pagina 25 van het boek Pioniers in de rimboe : avonturen van een exploratie-detachement in Zuidwest-Nieuw-Guinea geschreven door Dr. W.K.H. Feuilletau De Bruyn.

Een familiefoto die in 1908 werd gemaakt toont de heer Ong Kie Hong, zijn vrouw Njio Kiok Nio en 13 kinderen. Op de foto ontbreekt hun oudste zoon Djien (mijn opa).

Djien had Ambon al in 1903 verlaten. Verder ontbreekt hun zoon Kok Seang die op 17-jarige leeftijd overleed in 1907.
Ondanks het feit dat Njio Kiok Nio (circa 1859-1948) 15 kinderen baarde en in de tropen woonde, werd zij 88 jaar oud. Ongkiehong overleed in 1914 op 53 jarige leeftijd.

Via tweede Luitenant Jacob Cornelis Nanning (geb. in 1863 in Voorburg) die in 1908 vanuit Indië naar Nederland terugkeerde is de familie in contact gekomen met het echtpaar von Bülow uit Den Haag. Bij Freiherr Carl Hans Erich von Bülow (1875-1920, geboren in Merseburg Saksen) en zijn vrouw Johanna Catharina (Anna) van der Mark (geboren in 1868 in Wassenaar) zouden later in hun grote huis aan de Laan van Meerdervoort 407 diverse kinderen van de families Ongkiehong, Njiokiktjien en Njio in de kost gaan. Cornelia Suzanna, de vrouw van Nanning was de zus van Anna. Von Bülow was leraar Duits en had een Berlitzschool. Bij de Berlitz leermethode staan luisteren en spreken centraal in tegenstelling tot het lezen en schrijven die op gewone scholen centraal staan.

 

 

Bij hem en zijn vrouw Anna van der Mark kwamen later diverse kinderen van de familie Ongkiehong en Njiokiktjien in de kost aan de Laan van Meerdervoort 407 in Den Haag. Von Bülow kwam uit een officiersgeslacht uit Merseburg Saksen. Hij woonde ook een tijdje in de Edisonstraat in Den Haag.
In 1906 veranderde de achternaam in Ongkiehong.

De achternaam werd aan elkaar vast geschreven met een hoofdletter: Ongkiehong.
In 1912 veranderde de voornamen van de toen minderjarige kinderen van Ong Kie Hong en kregen die Nederlandse voornamen die leken op hun oorspronkelijke Chinese namen.
In de krant De Oud Hagenaar kwam de familie en Laan van Meerdervoort 407 onder de aandacht in het stuk van Patrick van Griethuysen die het pand in 1972 aankocht.

In het foto overzicht onder aan deze pagina staan diverse toelichtingen en foto’s over de familie. Hieronder een korte toelichting bij de kinderen uit de familie.

Greet
Was het oudste kind in de familie. Zij was modiste en kwam op latere leeftijd naar Nederland.

Stien
Runde de bakkerij van het familiebedrijf Ongkiehong. Zij kwam op latere leeftijd naar  Nederland.

Sioe Djien, mijn opa (geboren 27 augustus 1887 op Ambon,  overleden 12 december 1963 in Jakarta)
Verliet Ambon op jonge leeftijd en werkte van 21 april 1903 tot 12 april 1906 bij het Marine Etablissement van Soerabaja op Java. In 1906 slaagde hij voor het machinistendiploma in Soerabaja en werd derde machinist op het door de Schelde gebouwde schip de Merapi van de Semarang Stoomvaart Maatschappij van Oei Tiong Ham, de rijkste man van Zuid Oost Azië.
Die stond ook bekend als de Suikerkoning en de man van 200 miljoen (gulden) en dat was (en is nog steeds) een fortuin toen hij in 1924 overleed.
Er was een link tussen Oei Tiong Ham en de familie Ongkiehong omdat een dochter van Coen Ongkiehong (tweede zoon van Ongkiehong) getrouwd was met John Ho wiens oudste zus Lucy Ho een van de vrouwen was van Oei Tiong Ham. Die worden beschreven in het boek “Retour Amoy” van Anny Tan.
(Op internet is veel te vinden over Oei Tiong Ham, o.a. in het boek: The Rise and Fall of Revenue Farming.)
In 1909 besloot Djien Ongkiehong naar Nederland te gaan. Hij kwam iets later naar Den Haag dan Jacob Cornelis Nanning (tweede Luitenant van het Oost Indisch Leger). Vanaf 22 maart 1909 woonde Djien op hetzelfde adres als Nanning aan de 2e Schuytstraat 112 en later aan de Edisonstraat 96a. Feitelijk was Djien de voorloper van zijn broers en zussen omdat hij op eigen houtje zijn weg vond om via Den Haag en Leiden (Mathesis Scientiaum Genetrix)  een studie te volgen in Duitsland waarvoor hij waarschijnlijk financiële steun kreeg van zijn vader. De Ingenieursstudie in Mittweida was een studie. Overdag werkt Djien in Den Haag als monteur bij de Elektriciteitscentrale. In 1910 haalde hij het examen 5de klasse wis-en natuurkunde aan het Mathesis Scientiarum Genitrix in Leiden.
Hij wilde graag in Delft studeren maar had daarvoor niet de juiste papieren.
Van Freiherr Carl von Bülow (geboren in 1875) leerde hij Duits en die adviseerde hem om in Duitsland te gaan studeren aan de Ingenieurschule van Mittweida in Duitsland. Hiervoor heeft von Bülow gecorrespondeerd met de toenmalige rector van de Ingenieurschool Prof. von Holst. Mittweida ligt niet ver van Merseburg waar von Bülow was geboren.
In april 1913 slaagde Djien met prachtige cijfers voor 2 studies:  werktuigbouw en elektrotechniek. Via Lissabon keerde hij vlak voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog  terug naar Ambon.
Zijn vader overleed plotseling op 18 mei 1914 op 53 jarige leeftijd. In dat jaar verbleef Djien in Buenos Aires Argentinië, waarschijnlijk werkte hij in een corned beef fabriek en mogelijk is hij ook in Brazilië geweest.
Het familiebedrijf Ongkiehong had een slachterij op Ambon. Na het overlijden van zijn vader kwam Djien in de familie zaak Bazaar Amboina waar ook zijn broers Simon en Coen en zussen Greet en Stien actief waren.
Later had Djien een kleine scheepswerf op Ambon op het circa 4 hectare grote erf aan de baai van Ambon met de naam Tanah Lapang Ketjil. Dit had hij waarschijnlijk over genomen van de Arabier Badilla.
Mijn vader Guus vertelde vaak het verhaal hoe zijn vader (Djien) terug keerde naar Ambon.
Na zijn afstuderen in 1913 wilde Djien terug naar Indië. Hij was in de haven van Lissabon en liep op de kade toen hij aangesproken werd door de zeeman die hem vroeg naar zijn naam.
Chinezen waren toen nog zeldzaam in die haven. Toen mijn opa zijn naam Ongkiehong noemde zei de zeeman (misschien wel de kapitein van het schip) dat er voor hem passage was geboekt naar Indië.
Achteraf gezien was de reis bedoeld voor zijn broer Liong, de lievelingszoon van Ong Kie Hong die in Leiden studeerde en voor vakantie thuis mocht komen. Maar wegens de dreiging van oorlog zag Liong af van de reis. Het schip had vanuit Nederland een tussenstop in Lissabon gemaakt waar toevallig Djien aanwezig was om aan te monsteren om terug te gaan naar Indië.
Djien had zelf als machinist had gevaren van 1907-1908 en dacht zeker dat hij makkelijk een boot kon vinden waar hij door werk uit te voeren gratis de overtocht kon maken. Het liep dus zeer gunstig af omdat hij zo kon instappen en bij aankomst in Indië, waarschijnlijk Soerabaja, was het een teleurstelling voor zijn vader dat hij van boord kwam en niet Liong, die later een bekend arts zou worden op Java en in Den Haag. Maar waarschijnlijk is Ong Kie Hong in de korte tijd dat hij nog zou leven (hij overleed in 1914)  zijn ondernemende zoon Djien gaan waarderen.
In 1913 werd het 30-jarig huwelijk van Ong Kie Hong en zijn vrouw Nio Kiok Njio groots gevierd.
Mijn vader vertelde dat Ong Kie Hong het Djien niet in dank heeft afgenomen dat hij in 1903 op eigen houtje Ambon verliet door een brief achter te laten met daarop de mededeling: “ik ben naar Java gegaan”!
Blijkbaar wilde Djien die toen 16 was meer van de wereld zien. Na veel van scheepsbouw te hebben geleerd in de werf van de Marine is hij gaan varen in 1907. De Merapi die voorheen van de Lloyd was, was toen pas net een jaar van Oei Tiong Ham en voer tussen Indië en China. Waarschijnlijk is Djien toen diverse keren in China geweest. De Merapi is waarschijnlijk het vlaggenschip van het Oei Tiong Ham concern geweest.
Het uitvoeren van een dubbele Ingenieursstudie in Mittweida Duitsland, de regio die destijds als centrum van techniek voor voertuigtechniek en railvoertuigen in de wereld was, waar meer dan de helft van de studenten van buiten Duitsland afkomstig was, is een enorme prestatie.
Djien was na het overlijden van zijn vader in 1914 in Buenos Aires Argentinië. Mogelijk op aanraden van zijn studiegenoten omdat daar goede toekomstmogelijkheden lagen. Deze grote stad trok veel mensen aan net als Chicago destijds. Als hij daar in een corned beef fabriek zou hebben gewerkt zou dat voordeel hebben gegeven voor de slachterij van de firma Ongkiehong waar hij de centrale figuur was voor de techniek.
Djien was ook korte tijd Superintendent van de Elektriciteitsmaatschappij van Bali en Lombok en heeft ook meegewerkt aan de elektriciteitsvoorziening op Ambon. Op het erf aan de baai van Ambon had Djien ook een ijsfabriek.
Zijn vader kon dus trots op zijn oudste zoon Djien zijn. Na diens overlijden in 1914  heeft Djien samen met zijn broers en zussen de zaak Ong Kie Hong voortgezet en ervoor gezorgd dat zijn jongere broers en zussen hun studie in Nederland konden voortzetten.
Djien (1889-1963) trouwde met Marie Que (23 oktober 1899 – 1 april 1948) die op Ternate werd geboren. Zij kreeg 4 kinderen: Johan 1918, Guus 1919  (mijn vader), Eppie 1920 en George 1924.

 

Coen
Op de familiefoto was hij ongeveer 17 jaar oud en waarschijnlijk had zijn vader met hem afgesproken dat hij direct in de firma zou gaan werken. Hij is nooit in Nederland geweest.

Kok Seang (1890-1907)
Helaas is er niets over hem bekend.

Simon
Ging in 1909 naar Nederland voor het volgen van een handelsopleiding. Hij ging in de kost bij de heer en mevrouw von Bülow in de Laan van Meerdervoort in Den Haag. Na zijn studie ging hij terug naar Ambon om te werken in het familiebedrijf.

Liong (Heinrich Frederik) (1894-1963)
Ging in 1910 naar Nederland en volgde een artsenopleiding. Hij promoveerde en in 1931 vestigde hij zich als arts in Den Haag. Zijn praktijk groeide tot zo’n 5000 patiënten. Zijn 40 jarig artsenjubileum werd uitgebreid gevierd in 1961. Hij werd geridderd in de orde Oranje Nassau.

Leo
Volgde in Leiden de opleiding farmacie en werd apotheker.

Bas
Volgde eerst de scheikunde aan de TH Delft en vervolgens farmacie in Leiden. Op latere leeftijd ging hij medicijnen studeren in Leiden. Hij was een theoreticus die van mening was dat om goed als arts te kunnen werken veel kennis nodig was van medicijnen en dus ook van chemie. Helaas heeft hij nooit als arts kunnen werken. Mede vanwege het feit dat hij vroeg doof was en daardoor de stethoscoop niet kon gebruiken.

Sien
Volgde in Leiden de opleiding farmacie en werd apotheker.

Anna
Studeerde in 1929 in Leiden af als arts en was de eerste Chinese dokteres in Nederlands Indië. Zij leidde kraamvrouwen op in Makassar en werd voor haar verdiensten in 1954 onderscheiden met de pauselijke Pro Ecclesia. Zij was ook directrice van 2 kraamklinieken. Op latere leeftijd ging zij in Nederland wonen.

Erna
Volgde de middelbare school in Den Haag.

Do
Volgde de middelbare school in Den Haag en werd later administrateur bij de post.

Laura
Volgde na de middelbare school in Den Haag enkele jaren een rechtenstudie.

Piet (1906-1965)
Studeerde in Leiden af als arts en ging daarna naar Semarang. Na de Japanse bezetting vestigde hij zich als arts in Den Haag.

 

In het foto overzicht is het monumentale koffiehuisje in Chaletstijl in Wassenaar te zien. Op deze foto uit 1910 staat links Simon Ongkiehong en rechts Liong Ongkiehong met naast hem mevrouw Anna von Bülow – van der Mark waar de kinderen Ongkiehong en hun neefje An Njiokijktjien (links van mevrouw von Bülow) in de kost waren in de laan van Meerdervoort 407 in Den Haag.
Praktisch alle kinderen van beide families die voor studie naar Nederland gingen zijn daar in de kost geweest. De heer Carl von Bülow kwam uit Merseburg dat vlak tegen Leipzig ligt en stamde uit een geslacht van officieren. Hij had een Berlitzschool, waar volgens een bepaalde methode een taal geleerd werd.